#Werkplezier versus #werkdruk (2)

#Werkplezier versus #werkdruk (2)

#werkplezier
Naast het voorbereiden van lessen, het lesgeven zelf, het nakijken en allerlei andere bezigheden die echt met het werken in de klas te maken hebben, heeft iedere leerkracht taken te doen. Denk bijvoorbeeld aan MR lid zijn, het organiseren van feesten, ICT coördinator zijn, de schoolreis organiseren en voorzitter zijn van de teamvergaderingen.

Elk jaar worden op de laatste studiedag van het schooljaar alle taken verdeeld onder de personeelsleden. Elk personeelslid krijgt dan van de directie een jaarrooster, waarop te zien is op welke niet werkdagen er ook gewerkt moet worden. Denk aan vergaderingen, studiedagen en allerlei feesten. Dit hoort allemaal bij je werkuren. Ook krijgt elk personeelslid een berekening waarop precies staat hoeveel taakuren er nog gemaakt moeten worden. De afgelopen jaren heb ik me vooral bezig gehouden met de PR van de school. Ik heb heel wat foto’s geschoten. Niet alleen van de klas, maar ook algemene foto’s en foto’s van allerlei feesten. Deze foto’s gebruikte ik voor de fotobijlage van de nieuwsbrief, voor de schoolgids, voor stukjes in Het Krantje en voor mijn grootste taak: het bijhouden van de website. Ik vond dit fijne taken, omdat ik het rustig thuis kon doen, op tijd dat het mij uitkwam.

De laatste twee jaar heb ik heel wat minder taakuren te vervullen, omdat ik gebruik kan maken van de regeling “duurzame inzetbaarheid”, die er is sinds de nieuwe CAO en bedoeld is voor werknemers vanaf 57 jaar. Zo heb ik voor komend jaar alle taken die ik altijd deed af moeten staan, gewoon omdat ik er de uren niet meer voor heb. Komend schooljaar ga ik twee nieuwe taken doen: het lustrum organiseren en mij oriënteren op een nieuwe leesmethode voor groep 3 en een nieuwe schrijfmethode voor groep 3 t/m 8. Nieuwe uitdagingen dus.
En het bezig zijn met foto’s? Misschien vind ik wel nieuwe uitdagingen thuis, samen met Linda. Momenteel zijn we aan het nadenken wat we allemaal met ons -mooie- beeldmateriaal kunnen doen.

#werkdruk
In de periode dat de Cito toetsen worden afgenomen, ervaar ik #werkdruk, omdat er dan veel extra moet worden gedaan. Twee keer per jaar worden er verschillende toetsen afgenomen: Technisch lezen, Begrijpend lezen, Woordenschat, Spelling en Rekenen.

Technisch lezen wordt individueel in de klas afgenomen, terwijl de kinderen zelfstandig aan het werk zijn. Maar ook de andere toetsen worden in mijn combinatiegroep 3/4 gedaan met de ene groep, terwijl de andere groep zelfstandig aan het werk is. Van te voren moet ik werk hebben bedacht dat de kinderen zelf kunnen maken, omdat ik natuurlijk niet kan helpen, als ik een Cito afneem. Dit voorbereidende werk heb ik natuurlijk ook als ik gewone lessen moet geven.

Het grootste werk zit in het nakijken van de toetsen en daarna invoeren in ons digitale registratiesysteem. Alle fouten die de leerlingen hebben gemaakt moeten worden aangevinkt, waarna er een score te zien is. Hier kan dan het verschil worden bekeken tussen de M toets van het midden van het jaar en de E toets aan het eind van het jaar. Het gaat dan vooral om de groei. Laat een kind zien dat het voldoende is gegroeid? Of is het niet voldoende gegroeid of misschien zelfs achteruit gegaan? Allemaal vragen waar je je mee bezig moet houden en moet noteren in een analyse formulier. Verder moet je bedenken waarom het ene kind wel vooruit is gegaan en het ander niet en wat er gedaan gaat worden om het kind meer te laten groeien. Wel allemaal interessant en nuttig, maar je bent er erg veel tijd mee kwijt.

Het is niet zo dat je hier extra tijd voor krijgt, “het hoort er allemaal bij”. Zoals zo mooi wordt gezegd “bij je opslagfactor”. Het invullen van de analyseformulieren doe ik thuis, omdat ik er op school geen tijd en rust voor heb. Nadat alle formulieren zijn ingevuld moeten ze op de server van school worden geplaatst. Heel onhandig, want daar kan ik hier thuis niet bij. Maar goed, wie weet komt daar komend schooljaar een oplossing voor. Daarnaast is er nog overleg met de IB-er om alle resultaten van de groep te bespreken. Kortom, ik zal blij zijn als alles weer is gemaakt, nagekeken, ingevuld en besproken.

#Werkplezier versus #werkdruk (1)

#Werkplezier versus #werkdruk (1)

De #POactie spreekt over “minder werkdruk” in het onderwijs. Maar wat voel ik dan als werkdruk? We moeten met voorbeelden komen zei een collega laatst, en zo is het. Om duidelijk te maken, wáár het dan in zit. Daarom zal ik zal schrijven over wat ik ervaar als werkdruk, maar ook over werkplezier, want er zijn ook heel veel fijne momenten. Momenten, in het onderwijs, die je werkplezier geven. Ook hier zal ik over schrijven. Mijn mini blogs zijn ook te lezen op https://www.facebook.com/mijnwoordclusters/

#werkplezier
Woensdag 17 mei was het een stralende dag. Precies op die prachtige dag stond het FEEST gepland voor alle leerkrachten van onze school. ’s Morgens werden we toegezongen door de 108 leerlingen en de ouders die deze dag kwamen helpen. Daarna gingen we naar binnen, waar de kinderen hun eigen juf konden feliciteren en eventueel een cadeautje of mooie tekening konden geven. Hierna trakteerden we de kinderen op limonade en cake, die ze mochten versieren met hagelslag, M&M’s en (heel veel) slagroom.

Om 9.45 uur was het tijd om weer naar buiten te gaan. Hier werden de kinderen verdeeld in groepjes en werd onder begeleiding van ouders een grappig spel gespeeld. In een uur tijd moesten zoveel mogelijk opdrachten worden uitgevoerd. Na het spel konden de kinderen nog even buiten spelen en werd bekeken welk groepje had gewonnen. Op het eind van de ochtend kreeg het winnende groepje een prijsje en kregen alle kinderen nog een ijsje. Dit was zo’n dag die je #werkplezier geeft.
Een dag waarbij er genoeg ouders zijn die willen helpen en kinderen laten zien dat ze goed samen kunnen werken. Een dag waarop ik ’s middags geen nakijkwerk had en daarom tijd had om de nieuwe aardrijkskunde methode te bekijken en een oefenles voor te bereiden.

#werkdruk
Inmiddels draai ik al bijna 25 jaar combinatieklassen en ondanks dat ik dit al zoveel jaar doe, kost dit veel energie en voorbereidingstijd. Om een combinatiegroep goed te kunnen draaien is een goede voorbereiding heel belangrijk. Elke maandagavond ben ik bezig met de puzzel op te lossen: wat ga ik de ene groep laten doen, als de andere groep instructie krijgt over de zelfstandig werken les? Je kunt niet altijd zeggen: “Ga maar even lezen, ik kom over een kwartiertje bij jullie”. Begin groep 3 kan dat al helemaal niet, terwijl groep 4 dan toch ook nog de nodige uitleg nodig heeft. Daarom heb ik inmiddels heel veel nuttige werkbladen gemaakt, die ik kan inzetten.

Verder is het belangrijk om de groep die een zelfstandig werken les moet gaan doen, ook te vertellen wat er gedaan moet worden als iets niet wordt begrepen, of wat te doen als het werk af is. Als ik immers bij de ene groep een instructieles geef, kan ik niet de kinderen helpen in de andere groep. Tussendoor loop ik, als het mogelijk is, wel langs bij de kinderen om ze complimenten te geven of kleine aanwijzingen te geven.

Als leerkracht ben je bij een combinatiegroep net een jojo, zeg ik altijd. Je bent constant aan het switchen tussen de twee groepen en dat is wat veel energie kost. Vooral als je tussendoor kinderen aan het werk moet zetten “die geen zin hebben”, tig keer naar de wc lopen of juist veel te snel werken, omdat ze graag als eerste klaar willen zijn.
Gelukkig zijn er ook vakken, waarbij de groep als een geheel bezig is, zoals hoofdrekenen, aardrijkskunde en tekenen. Ook heb ik een keer in de week “Zelfstandig werken” ingepland, waarbij de kinderen zelf in tweetallen moeten lezen, een schrijfopdracht doen of werk verbeteren. Op dat moment heb ik tijd om leerlingen extra te helpen.

Nakijken doe ik altijd na schooltijd. Een kwartiertje tussen de middag, de rest na 15.15 uur, als alle kinderen zijn opgehaald en de klas weer is opgeruimd. Na het nakijken, leg ik alles klaar voor de volgende dag en probeer ik op woensdag om 15.00 uur en op de andere dagen om 17.00 uur naar huis te gaan. Werkbladen kijk ik meestal thuis na, waarna ik er boekjes van maak, zodat de ouders kunnen zien wat de kinderen hebben geoefend op school. Op vrijdag mail ik mijn duo-collega voor de overdracht, waarna het weekend is en ik vier dagen de tijd heb om me weer op te laden voor mijn werkdagen.

Weekendje Veluwe

Weekendje Veluwe

Het tweede weekendje weg in de meivakantie ging naar Nunspeet. Linda wilde graag eens naar de Veluwe om stockfoto’s te maken, dus zo gezegd, zo gedaan.

Vrijdag 28 april gingen we eerst koffie drinken bij Joep in Delft, daarna reden we door naar hotel De Sparrenhorst. Toen we aankwamen konden we al inchecken en onze kamer opzoeken. Nadat we ons hadden geïnstalleerd, verkenden we het hotel en besloten we lekker rustig aan te doen, omdat we best wel moe waren. We aten rond 17.00 uur een hapje in het Grand Café en maakten daarna een wandeling van een klein uurtje in het bos naast het hotel. Daarna keken we heerlijk op bed TV naar “Holland’s Got Talent”, echt een programma om één keer te zien en dan héél lang niet meer.

Zaterdag 29 april stonden we om 8.30 uur op. Het heerlijke ontbijt, met heel veel keus, lieten we ons goed smaken. We aten “voor twee”, zodat we ’s middags met iets kleins toe zouden kunnen. Bij de receptie van het hotel huurden we mooie Gazelle fietsen en namen we een routekaartje mee met de beschrijving van het fietsrondje “NH Veluwe Sparrenhorst – Hulshorsterzand – Elspeetse Heide“. Een rondje van 23 km (maar wij maakten er 30 km van:) Het was de bedoeling dat we van fietsknooppunt naar fietsknooppunt zouden rijden, maar in Nuntspeet ging het al fout. De weg die we fietsten was wel érg lang en nergens zagen we meer bordjes. We reden richting Harderwijk in plaats van de Veluwe!

Daarom op mijn mobiel Google Maps opgezocht en het bleek dat we vlakbij een weggetje waren waar we richting de Veluwe konden fietsen. We fietsten verder, ik had mijn mobiel in mijn jaszak gedaan. Opeens hoorde ik “Miep” van Google Maps ons de weg wijzen. Wat moest ik lachen, ik wist helemaal niet dat dit kon via Google. Weer wat geleerd. We fietsten over wat kleine grindpaadjes en zagen toen bij een spoorwegovergang een leuk terras bij een Partycentrum. Tijd om even pauze te nemen! We dronken een warme chocomelk en namen appeltaart, waarna we onze eerste foto’s maakten. De volgende fotostop was op een viaduct over de snelweg. Linda maakte foto’s van het voorbij razende verkeer en we maakten foto’s van elkaar “op de fiets”.

We vervolgden onze weg langs een prachtige route door de bossen. Het fietspad was erg mooi en af en toe kwamen we andere fietsers tegen. Op een plek met hoog, geel gras, maakten we profielfoto’s van elkaar. Hierna fietsten we verder over de aardig vlakke fietspaden. Soms moesten we wat klimmen, maar net zo vaak konden we zoevend naar beneden roetsjen. Vlakbij Vierhouten kwamen we uit bij een café/restaurant naast een camping. Hier aten we een ijsje en konden we even naar de wc. Op dit punt reden we voor de tweede keer verkeerd. Na een paar kilometer fietsen stonden we opeens vlakbij Elspeet, terwijl we richting Nunspeet hadden moeten fietsen. De “foute” weg was wel heel mooi     (bovenstaande foto is hier gemaakt). We kwamen nog een man met een drone tegen, waar Linda ook foto’s van maakte. We zeiden: “Is het verkeerd rijden toch nog ergens goed voor geweest”.

Aangekomen in Nunspeet beklommen we nog de uitkijktoren die bij het Transferium staat. Vanaf boven had je een prachtig uitzicht over de bossen en het station van Nunspeet. Omdat het nog steeds heel aardig weer was en de zon zelfs meer tevoorschijn kwam, besloten we om in het dorp wat te gaan eten. Buiten op het terras van “Beregoed” hebben we heerlijk in het zonnetje gegeten. Daarna was het nog maar een kwartiertje fietsen naar het hotel. De hele dag gefietst, maar minder moe dan de avond ervoor, zo ontspannen was het dagje geweest.

In het Grand Café dronken we een koffie en speelden we een kaartspelletje. Er waren hier meer mensen die een spelletje speelden. Toen de dame naast ons tegen haar medespelers zei: “De meiden naast ons spelen ook een spelletje”, moest ik erg lachen. Mij, oma, noemen ze meid, leuk! Hierna maakten we nog wat stockfoto’s in de fitnessruimte en daarna zette Linda op de hotelkamer de foto’s van haar camera op haar laptop. De mooiste profielfoto van mij bewerkte ze, zodat ik hem op Facebook kon plaatsen.

De volgende ochtend checkten we na het ontbijt uit en reed Linda ons naar de Posbank bij Arnhem. Hier keken we onze ogen uit naar de vele wielrenners (strák in pak) en motorrijders. Door het zonnige weer (er stond wel veel wind) zaten de terrasjes bomvol. Na weer een stuk appeltaart en wat drinken, liepen we het Zijdepad. Een prachtig pad dwars door de hei en door het bos. We moeten er echt nog eens naar terug als de hei in bloei staat. Nadat wat te hebben gegeten, reden we om 16.00 uur weer richting huis. Rond 17.30 uur kwamen we weer thuis, na een mooi en gezellig weekend.

The Zookeeper’s Wife

The Zookeeper’s Wife

Maandag 1 mei ben ik met “filmvriendin” Conny naar “The Zookeeper’s wife” geweest. We spraken om 17.00 uur af voor bioscoop Buitenhof, waar we kaartjes kochten voor de voorstelling van 18.30 uur. We konden nog mooie plaatsen kiezen op de achterste rij.

Hierna gingen we eerst een hapje eten bij Dudok in de Passage. We moesten nog tempo maken, want voor we het wisten was het 18.30 uur. In het donker zochten we onze plaatsen op. Conny had een mooie, indrukwekkende film uitgezocht, over een waargebeurd verhaal uit de Tweede Wereldoorlog.

Hieronder neem ik de beschrijving over van de Pathé website:
De Poolse Antonina en haar man Jan Zabinski wisten tijdens de Tweede Wereldoorlog meer dan 300 Joden uit de handen van de Nazi’s te redden door ze een schuilplek te bieden in hun dierentuin.

Waargebeurd en persoonlijk oorlogsverhaal waarin hoop centraal staat. De film vertelt op onnavolgbare wijze het verhaal van het gezin, maar ook dat van de dieren in hun dierentuin, de tijdelijke Joodse bewoners en de stad Warschau in de allesverwoestende oorlog.

Zookeepers Wife is een verfilming van het gelijknamige boek (in Nederland vertaald als Antonina’s Dierentuin) van Diane Ackerman. Zij baseerde haar verhaal op de archieven en dagboeken van Antonina Zabinski. Van het boek werden wereldwijd meer dan 500.000 exemplaren verkocht. In de Verenigde Staten stond het 54 weken in The New York Times-bestsellerlijst.

Na afloop van de film dronken we nog een koffie in het café van Buitenhof, waarna we via Het Binnenhof en Het Plein naar het station liepen. Hier stapte Conny op de fiets en ging ik met de bus naar huis, na weer een gezellig filmavondje.

Weekendje Friesland

Weekendje Friesland

Vrijdag 21 april was het dan zover: We gingen op weg naar Elahuizen (Ealahuzen), een klein dorpje in Zuidwest Friesland aan het meer de Fluessen. Hier runnen een ex-tennismaat van Eus en zijn vrouw een watersportcentrum. 
(zie www.fluessen.nl).

Vrijdagmiddag reden we eerst langs Amsterdam om Febe op te halen. Daarna reden we via de Flevopolder naar Friesland. Aanvankelijk wilden we via de Afsluitdijk gaan, maar we hoorden op de radio dat hier stilstaand verkeer stond in verband met wegwerkzaamheden.

Bij Emmeloord gingen we even de snelweg af om een hapje te eten bij een van der Valk restaurant. Daarna vervolgden we onze weg. Na Emmeloord zou het nog 35 minuten rijden moeten zijn, maar het werd donkerder en we begrepen de Tom Tom niet helemaal, waardoor we met een enorme omweg, via Sneek, dan tóch aankwamen bij WSC De Fluessen. Mary verwelkomde ons en bracht ons naar “Landzicht”, een vakantiewoning voor 7 personen. Wij, met ons vieren, hadden hier dus heerlijk de ruimte.

Zaterdag, 22 april, was het weer nog steeds heel slecht voor de tijd van het jaar. Veel wind en erg koud. Gelukkig was het wel praktisch droog en scheen de zon af en toe. Daarom besloten we om na het ontbijt een rondje zuidwest Friesland te doen. Eerst reden we naar Langweer (Langwar), waar de eerste skûtjeszeilwedstrijden van het seizoen werden gehouden. Met onze winterjassen goed dicht, liepen we het dorpje door, naar de Langweerderwielen, waar we op een steiger de boten goed konden zien. Ook de schippers waren goed aangekleed, dat moest ook wel, want de wind ging aardig tekeer!

Hierna reden we naar het noorden, naar Sneek (Snits), waar we makkelijk de auto konden parkeren in een ondergrondse parkeergarage. We waren vlakbij de bekende waterpoort, die Linda natuurlijk even van alle kanten moest fotograferen. Inmiddels hadden we wel trek gekregen. We liepen Sneek verder in en hebben in een leuke lunchroom met vriendelijke personeel heerlijk gegeten. Het was erg gezellig in Sneek. Er was markt en er waren veel mooie winkels met woonaccessoires. Op de terugweg naar de garage kochten we kibbeling, waarna we via Bolsward, Workum en Hindeloopen naar Stavooren (Starum) reden. Hier wilden we “Het vrouwtje van Stavoren” wel eens bewonderen. Een bord wees “rechtdoor”, dus wij liepen de straat in. Eus kwam hier een leuk winkeltje tegen, waar we wat aardigheidjes kochten. Bij de kassa vroeg ik waar “Het vrouwtje van Stavoren” stond, omdat we haar nog steeds niet hadden gezien. Dat kwam dus, omdat we er gewoon voorbij waren gelopen! Ze staat bij de haven, maar in mijn beleving moest het een groot beeld zijn, maar dat was dus niet zo. Het vrouwtje is slechts één meter hoog, logisch dat we haar “over het hoofd” hadden gezien.

De laatste plek waar we heenreden was Mirns, bij het Rijsterbos, helemaal in het zuiden van Friesland. Langs een prachtige dijk, waar heel veel schapen en lammetjes liepen, kwamen we aan bij het grootste bos van Friesland. Bij paviljoen “t Mirnser Klif” dronken we wat en at ik een heerlijke kersensorbet. Het leek wel vakantie…
Voor ’s avonds had Willem-Jan voor ons een tafel gereserveerd bij “De oude Melkfabriek”, een klein, huiselijk restaurantje op het terrein van WSC De Fluessen. De eigenaars Sandra en Otto hebben we leren kennen tijdens de bijzondere trip naar Terschelling, een paar jaar geleden, ter ere van het huwelijk van Willem-Jan en Mary. We hebben er heerlijk en erg gezellig gegeten. Febe en ik namen kaasfondue. De groenten er bij werden heel leuk geserveerd op een mini etagière. Na de koffie vielen m’n ogen steeds dicht, zo moe was ik, van het rondrijden en lopen door de stevige wind.

Zondag 23 april checkten we na het ontbijt uit en namen we afscheid van Willem-Jan en Mary. Leuk om eens te hebben gezien, wat zij zoal dagelijks doen. Mary zei het mooi: “Eigenlijk was het twee jaar geleden “Ik vertrek” in eigen land”. Beiden kwamen uit het westen en hebben in Friesland iets moois opgebouwd. Voordat we Febe gingen afzetten in Kortenhoek, bij Hilversum, brachten we een bezoek aan Bataviastad. Hier bekeken we eerst “De Batavia” en daarna gingen we gezellig winkelen en een hapje eten. Rond 17.00 uur waren we weer thuis na een gezellig weekendje.

24 april kwam ik deze toepasselijke tekst tegen op het kaartje van de 365 dagen FLOW kalender:
Ga weg
Vakantie is belangrijk en
zorgt voor minder stress,
zegt onderzoeker Jessica de
Bloom in de Volkskrant.
Mensen die langdurig niet op
vakantie gaan, worden vaker
ziek. Maar net als bij slaap
gaat het om regelmaat. Van
één keer lang uitslapen rust
je niet volledig uit. Dus ga
liever drie keer kort dan
één keer lang weg.

Zo is het maar net.
Volgend weekend weer op pad…

RSV-Rotterdamse Schoolvereniging

RSV-Rotterdamse Schoolvereniging

Over twee jaar sta ik alweer 40 jaar voor de klas. In mijn blog “Collega’s”, die ik vorig jaar april schreef vertelde ik over mijn collega’s van de vier scholen waar ik tot nu toe heb gewerkt. Over ándere dingen die ik op de scholen heb meegemaakt is ook het een en ander te vertellen.

Vandaag begin ik met vertellen over de Rotterdamse Schoolvereniging. Met ingang van 20 augustus 1979 werd ik benoemd tot onderwijzeres van de 1e Lagere School van de R.V.S. (Rotterdamse Schoolvereniging). Het was mijn eerste baan in het onderwijs na het behalen van mijn Pabo diploma en een aantal invaluren op scholen in Leidschendam.

Het bijzondere van deze school was, dat de school in 1980 100 jaar bestond. Ik herinner mij van dat bijzondere schooljaar een optreden door alle leerlingen. In een programmaboekje vond ik: “Kijken voor een cent?” Revue uitgevoerd door de leerlingen van de school aan de Schiedamsesingel 155 ter gelegenheid van het 100-jarig jubileum van de Rotterdamse Schoolvereniging. Ook werd het boekje “Een eeuw Rotterdamse Schoolvereniging” 1880 – 1980 uitgereikt. Een mooi boekje over honderd jaar bijzonder neutraal onderwijs aan de Schiedamsesingel.

Heel veel herinner ik mij niet meer van de school. Alleen dat het een statig gebouw was met volgens mij beneden de kleutergroepen en boven de lokalen van klas 1 t/m 6. Ik kreeg klas 2 onder mijn hoede, een zeer drukke groep met overwegend Nederlandse kinderen uit een goed milieu. In de klas had ik een Chinese jongen, waarvan de ouders een Chinees restaurant runden. Ik weet nog dat ik een keer werd uitgenodigd om daar te komen eten. De gymlessen werden gegeven door een vakleerkracht. Ik herinner mij dat zij de klas ook een lastige groep vond. Van de heer Bantje, de toenmalige directeur, weet ik nog dat ik een belangrijke tip kreeg: “Laat de leerlingen niet te lang in de rij staan als ze eenmaal rustig zijn. Ga lopen, voordat er weer rumoer ontstaat”. Fijn dat ik dat eerste jaar steun had aan een leerkracht van de parallel klas 2.

Na één jaar moest ik weg bij deze school, omdat er minder formatie was. Ik stuurde sollicitatiebrieven naar scholen in heel Zuid-Holland. Hellevoetsluis was op dat moment een groeigemeente. Niet alleen huizen, maar ook scholen schoten er als paddenstoelen uit de grond. Ik herinner mij nog dat de directeur en adjunct van “De Brandaris” bij mij in de klas kwamen kijken n.a.v. mijn sollicitatie. Tijdens mijn proefles was de klas niet bepaald rustig, maar ik werd toch uitgenodigd voor een gesprek, omdat ze zagen, dat ik, ondanks de drukke groep, heel rustig bleef. Fijn dat ze mij dit vertrouwen gaven. Het was het begin van bijzondere jaren: Wonen, en werken op een experimentele basisschool, in Hellevoetsluis.

Muziek loopt als een rode draad door mijn leven. Niet alleen thuis, maar ook op alle scholen waar ik heb gewerkt. Daarom zal ik bij elke blog waarbij ik vertel over de scholen waar ik heb gewerkt, een muziekfoto plaatsen. De foto bij deze blog is gemaakt tijdens de Kerstviering in december 1979.

Zomaar een zondag.

Zomaar een zondag.

Voor deze blog was ik aan het bedenken waar ik over zou kunnen schrijven. Er kwam maar geen idee bovendrijven, tot ik opeens bedacht: “Misschien is het leuk om eens te schrijven over zomaar een zondag”. Een zondag waarop ik geen bijzondere dingen onderneem, maar me gewoon thuis vermaak. Vandaar onderstaande blog over “zomaar een zondag”.

Vandaag, zondag 19 maart, stond ik even na 8.15 uur op. Het was nog heerlijk stil in huis, omdat de rest van de familie nog sliep. Nadat ik me had gewogen (doe ik iedere dag als ik vrij ben), ging ik met de wasmand met was voor 60 graden naar beneden. Hier zette ik thee, maakte een croissantje met ham en komkommer klaar, deed de was in de wasmachine en ging ontbijten aan de keukentafel. Tijdens het ontbijt keek ik op mijn mobiel of er nog berichtjes waren binnengekomen, daarna las ik wat in het AD Magazine.

Inmiddels was het half 10 en ging ik “de planten doen”: Water geven, gele blaadjes wegknippen, oude bloemen weggooien en kaarsen die waren opgebrand, vervangen voor nieuwe. Hierna ging ik mijn tas met spullen voor school ordenen. Meestal doe ik dit op zaterdag, maar daar was het gisteren nog niet van gekomen. Een aantal stencils moest ik nog nakijken en daarna maakte ik van alle stencils van de afgelopen weken boekjes voor de kinderen, die ze mee naar huis mogen nemen. Zo kunnen de ouders zien welke stof is aangeboden.

Inmiddels was de was klaar. Deze ging ik eerst ophangen op zolder, voordat ik een stuk fruit ging eten en koffie ging drinken. Tijdens de koffie zat ik in mijn favoriete stoel, vlakbij de verwarming en met uitzicht op de achtertuin. Ik las verder in de spannende triller “Ik hou je in de gaten” van Joy Fielding. Na dit eerste kopje koffie ging ik de bedden opmaken en begon ik op zolder met het inpakken van allerlei “uitzet” spullen van Linda. Bij Ikea had ik laatst verhuisdozen gekocht, zodat alles wat Linda inmiddels verzameld heeft goed ingepakt kon worden. Rond 12.45 uur was het tijd voor de tweede koffieronde. Ik las weer verder in het boek en ging daarna weer naar zolder om door te gaan met de dozen. Na het inpakken gaf ik ze een plekje onder het schuine dak.

Inmiddels was het 14.00 uur. Voordat ik mijn lunch klaarmaakte, zette ik runderlappen op, die 2 1/2 uur moesten sudderen. Deze zondag at ik een lekker broodje haring en een restje salade van gisteravond. Hierna ging ik weer naar zolder om het laatste op te ruimen: De wieg die toch niet nodig was en een ventilator die er nog stond sinds de zomer. Eerst de plek leeggehaald waar alles moest komen, er gestoft en gezogen en daarna alles weer ingeruimd. Het ziet er weer ruim en netjes uit op zolder, vooral ook omdat ik nu dan toch maar de zeer grote lidcactus heb weggegooid, die daar stond te verstoffen.

Na al het opruimen, stoffen en zuigen ging ik me dan -eindelijk- wassen en aankleden. Tegen half 5 zette ik thee en schreef ik het eerste deel van deze blog. Verder hielp ik Linda nog even met haar afstudeervoorstel en toen was het alweer tijd om te gaan koken: aardappelen, snijbonen en rundvlees met jus. Een van onze favoriete zondagsgerechten. Na het eten keek ik nog een stukje Studio Sport en het NOS Journaal. Daarna heb ik alvast voorbereid voor de komende schoolweek. Meestal doe ik dit op maandagavond, maar morgen wil ik op tijd naar bed, omdat ik dinsdagochtend naar Utrecht ga voor de cursus “Automatiseren kun je leren”. Meestal ben ik de hele avond bezig met voorbereiden, maar vandaag ging het vlot, omdat komende vrijdag uitvalt als lesdag.

Dit was “zomaar een zondag”, een hele gewone “thuisblijfdag”. Toch was dit ook wel een bijzondere dag; 19 maart. Precies 101 jaar geleden werd op 19 maart pa Kaiser geboren. 101 jaar geleden, 1916… hoe zou “zomaar een zondag” er toen hebben uitgezien???

Lion

Lion

Woensdag 1 maart ben ik met Linda naar de film Lion geweest in Buitenhof in Den Haag. Toen Linda een film ging uitzoeken, viel haar oog toevallig op deze film. Afgelopen zomer hebben we het boek (A long way home) gelezen over dit waargebeurde verhaal en nu zagen we dat er een verfilming van was gemaakt. We reserveerden een paar dagen eerder kaartjes, waardoor we mooie plaatsen hadden. Goed dat we dit al zo vroeg hadden gedaan, want de zaal was helemaal uitverkocht.

Voor aanvang van de film gingen we een hapje eten bij Havanna, waar we een toast uitbrachten op de 88-ste verjaardag van -opa- Rob en waar we fantaseerden over ons kleinkind en neefje “dat nu toch wel gauw geboren zou worden”.

Lion was een prachtige film; een indrukwekkend verhaal en mooi gespeeld. Op Wikipedia staat het verhaal mooi beschreven, ik neem het hieronder over:
De Indiase jongen Saroo Brierley raakt op vijfjarige leeftijd in Khandwa gescheiden van zijn broer Guddu, die moest werken, op een treinstation. Zijn moeder is analfabeet en erg arm. Zij voorziet in haar levensonderhoud door het sjouwen van stenen.

Saroo stapt in een lege trein die wegrijdt en komt terecht in Calcutta, waar hij de taal niet kent. Hij blijft in leven door onder andere op een vuilnisbelt zijn kostje bij elkaar te zoeken en slaapt op straat. Als hij van een vriendelijke vrouw hulp krijgt, blijkt haar partner ook niet veel goeds in de zin te hebben met het mooie jongetje Saroo. Saroo vlucht weg. Hij komt uiteindelijk terecht in een soort weeshuis. Vandaar uit wordt hij geadopteerd door een Australisch echtpaar, dat later nog een ander kind uit India adopteert. Deze broer van Saroo, Mantosh, ontwikkelt zich niet goed en raakt aan de drugs.

Saroo doet goed zijn best en wordt een succesvolle student. Hij gaat naar Melbourne. Op een avond bij vrienden wordt Indiaas gegeten. Saroo ziet daar een bepaalde gefrituurde, knalrode, lekkernij uit zijn vroege jeugd. Hij herkent het en allerlei beelden komen terug, onder andere van het treinstation waar hij zijn broertje is kwijtgeraakt. Hij gaat zich verdiepen in zijn afkomst en wil weten waar hij vandaan komt. Dit wordt een ware obsessie voor hem waardoor het misloopt met zijn vriendin. Saroo zoekt op Google Earth naar beelden om zijn geboorteplaats terug te vinden. Uiteindelijk lukt hem dat en vindt hij zijn moeder terug, die altijd op hem gewacht heeft.
Aan het eind van de film wordt de reden van de titel, Lion, pas duidelijk. Saroo kwam er bij de ontmoeting met zijn moeder achter dat hij zijn naam niet goed uitgesproken had. Zijn naam luidde Sheru, een woord dat “leeuw” betekent in het Hindi.

Na afloop van de film liepen we naar het Centraal Station, waar we de bus naar huis zouden nemen. Op Het Plein dronken we nog wat bij De Tijd en spraken we nog even na over de acteurs van de film en het ongelooflijke verhaal.

17

17

Afgelopen januari stond er een leuke column van Paul de Leeuw in het AD: “Happy 2017”. Hij begon zijn column met “Wat heerlijk om het getal 17 weer eens op te schrijven. Het lijkt al weer zo lang geleden dat ik 17 was. Een kop vol krullend haar, tuinbroek, zelfgebreide truien en de Dolly Dots nog bij elkaar”.

Naar aanleiding van zijn column, ben ik eens terug gaan kijken/lezen, naar wat ik deed als 17 jarige. Het was een jaar met bijzondere hoogtepunten. Toen ik net 17 was, in december 1975, deed mijn moeder op 45-jarige leeftijd haar doctoraal sociologie in Leiden. Tijdens het wachten op de uitslag, moesten we wachten in het beroemde “zweetkamertje”, dat indruk op ons maakte met alle namen op de muur.

Een half jaar later, in juni 1976, stond ik in het middelpunt. Tijdens het vakantiewerk in bejaardentehuis Schoorwijck hoorden vriendin Astrid en ik dat we geslaagd waren voor ons HAVO examen. Ik zie ons nog dansen door de gang daar en de stevige omhelzing van mijn moeder bij thuiskomt kan ik mij nog altijd goed herinneren. Zó blij was ze voor mij. De HAVO haalde ik vooral op doorzettingsvermogen en inzet. Het in een keer slagen zorgde voor een heerlijk gevoel.

In de lange zomervakantie die volgde, ging ik op Tienertoer met Esther. We bezochten Veere, Middelburg en het Openluchtmuseum. Met het gezin gingen we met de trein naar Frankrijk waar we in Souillac een bungalowtent hadden gehuurd op camping “La Draille”. Op het terrein konden we zwemmen, gingen we ’s avonds na het eten volleyballen en “naar de disco”. Na die zomervakantie begon ik met de PA (Pedagogische Academie), toen nog een 3-jarige opleiding. We begonnen het studiejaar met een werkweek in Havelte, waar we elkaar beter leerden kennen onder leiding van een vormingsleider.

Paul de Leeuw schrijft ook over 17 jaar geleden, het jaar waarin hij in het huwelijk trad “met de man die alles kan”.
Wat deed ik 17 jaar geleden? Het was toen nét het jaar 2000. Ik herinner me nog het “aftellen” in de krant, tot dit bijzondere jaar. Precies 17 jaar geleden waren mijn kinderen 8, 5 en 3 jaar. De oudste twee zaten op de basisschool en de jongste bezocht twee keer per week de peuterspeelzaal. Ik werkte twee dagen in Poeldijk en op mijn vrije dagen was ik heel wat “heen en weer” aan het rijden:  Van de gymles van Febe, naar de tennistrainingen van Joep en naar De Fluit, waar ik zelf op dinsdag en zaterdag badminton speelde.

Op de Valentijnskaart van 17 jaar geleden schreef Eus: “Twee mijlpalen dit jaar. 20 jaar samen en 12,5 jaar getrouwd. Op naar de 25!” En nu, vandaag op Valentijnsdag 2017, zijn we 37 jaar samen en in september 30 jaar getrouwd.
Onze kinderen vliegen uit en gaan we binnenkort een nieuwe fase in, als we voor het eerst opa en oma worden.